Doel & leerlingbegeleiding

Het profielwerkstuk biedt bij uitstek de mogelijkheid voor leerlingen om zich te bekwamen in vaardigheden die in mindere mate aan bod komen binnen de vakinhoudelijke eisen voor het eindexamen. Het is een voorbereiding op academisch onderzoek dat op de universiteiten wordt uitgevoerd en op de manier waarop studenten met elkaar samenwerken in projectgroepen.

Doel van het profielwerkstuk

Om te bepalen of een profielwerkstuk succesvol is, moeten we het doel ervan helder hebben. De wetstekst biedt daarvoor weinig houvast: “Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.” Duidelijk is dat het gaat om het tonen van vaardigheden en inzicht en het toepassen van kennis. Het profielwerkstuk is daarom een uitgelezen kans om te werken aan allerlei academische vaardigheden en een academische houding in de context van een ontwerp- of onderzoeksopdracht. Profielwerkstuk.nl is een initiatief van Nederlandse universiteiten om leerlingen en docenten te helpen hierbij aansluiting te vinden met de verwachtingen die academische vervolgopleidingen hebben van aanstaande studenten.

Beoordeling en begeleiding van het profielwerkstuk zouden zich daarom moeten richten op het proces (en niet op het product). In het vervolg zetten we een aantal handvatten op een rij dat de begeleiding en beoordeling makkelijker en efficiënter maakt. Maar eerst: wat moet je als begeleider wel en niet doen?

  1. Zorg dat leerlingen zelf eigenaar zijn van het (leer)proces. Pak als begeleidend docent de rol van coach. Laat leerlingen zelf hun onderwerp kiezen, hun eigen planning maken (binnen gestelde kaders), hun eigen fouten maken en daarvan leren. Help ze door te reflecteren op het proces, niet door het samen met ze uit te voeren.
  2. Zorg voor duidelijkheid over het proces voor leerlingen. Waarop wordt de beoordeling gebaseerd en hoe komt deze tot stand? Welke procesdocumentatie wordt er van ze verwacht? Wat zijn de inleverdeadlines van (tussen)producten? Etc.
  3. Leerlingen kunnen het profielwerkstuk op allerlei manieren invullen, denk aan een bronnenonderzoek, een experimenteel onderzoek, een maatschappelijk/sociaal onderzoek, een ontwerpopdracht, etc. Pas de kaders daar duidelijk op aan en communiceer die goed met de leerlingen (denk bijvoorbeeld aan de veelgemaakte fout om een ontwerpopdracht in een onderzoekscyclus met onderzoeksvraag en al te drukken).
  4. Focus in het beoordelen van aangeleverde (tussen)producten op (het tonen van) academische vaardigheden zoals informatieverwerking, samenwerken, verantwoording, brongebruik, flow van geschreven teksten, verwoorden van doelstelling, verwerking van theorie, rekening houden met validiteit, reflectie/discussie, etc.
  5. Leg minder nadruk op kennis (vakinhoud). Dat gebeurt al in de examenvakken, de doelen van het profielwerkstuk liggen juist bij het tonen van inzicht en vaardigheden en het gebruiken van kennis, waarbij de leerlingen leren een gevalideerd onderzoek uit te voeren met adequate verslaglegging.

Proces of product

Voor veel leerlingen is het eindproduct van het profielwerkstuk een geschreven verslag (gekoppeld aan een presentatie). Daar brengt een valkuil met zich mee: het nodigt uit om een product te gaan beoordelen in plaats van een proces. En juist om het begeleiden en beoordelen van het proces (zowel leerproces als onderzoeks- of ontwerpproces) zou centraal moeten staan gezien het doel om aan vaardigheden, inzicht en houding te werken.

Natuurlijk is een goed verslag al een gedeeltelijke weerspiegeling van het doorlopen (leer)proces. Tegelijkertijd blijft heel veel van het gedrag, de houding en de gemaakte keuzes onderweg onzichtbaar. Het is zelfs niet wenselijk om dat allemaal in een eindverslag te proppen! Wij raden daarom aan om een goed gebruik uit de academische wereld over te nemen en leerlingen naast een eindverslag, ook een inhoudelijk logboek (dus niet een urentabel!) en een onderzoeks- of ontwerpvoorstel (voor aanvang van de uitvoering) te laten schrijven. Voor de docent maakt dit de begeleiding en beoordeling makkelijker, voor leerlingen zelf verhoogt het de kwaliteit van het werk.

Verschillende soorten opdrachten

Een profielwerkstuk kan op allerlei manieren ingevuld worden. Er zijn veel verschillende onderzoeken uit te voeren in de verschillende wetenschappelijke domeinen. Een geschiedkundig bronnenonderzoek is heel wat anders dan een maatschappelijk, sociaalwetenschappelijk onderzoek, een experimenteel natuurkundeonderzoek of een theoretisch, wiskundig onderzoek! Leerlingen kunnen er ook voor kiezen helemaal geen onderzoek te doen, maar een ontwerpcyclus te doorlopen.

Voor al deze verschillende onderzoeken zijn er verschillen in de kaders die je als begeleider zult moeten stellen. Allereerst is er de keuze voor het volgen van een onderzoekscyclus of een ontwerpcyclus. Het woord ‘bronnenonderzoek’ heeft in een geschiedkundig onderzoek een heel andere betekenis dan in een experimenteel onderzoek. In het eerste geval ís het onderzoek, in het tweede geval gebeurt het om het theoretisch kader vast te stellen en is het voorbereiding van het onderzoek. En waar leerlingen in een bronnenonderzoek vooral met betrouwbaarheid bezig zullen zijn, zal de nadruk in een gamma onderzoek meer op validiteit liggen en in een bèta onderzoek vooral op nauwkeurigheid. En zo zijn er meer verschillen. Help leerlingen als begeleider de juiste richting in, door de juiste, duidelijke kaders te stellen.

Samenwerken

Samenwerken is een belangrijke academische vaardigheid. Het opzoeken van de grenzen van bestaande kennis, vinden van nieuwe toepassingen en het oplossen van maatschappelijke problemen is altijd een team effort. Communiceren en werken met collega-wetenschappers, politici en de maatschappij is een fundamentele vaardigheid. Het is een gemiste kans dit niet te oefenen in het profielwerkstuk en we adviseren daarom om individuele profielwerkstukken af te raden. Juist leerlingen die graag alleen willen werken, kunnen veel leren van een gezamenlijk profielwerkstuk. Ontneem hen die leerkans niet!

Inhoudelijke expert? Jij niet!

Leerlingen zijn zelf verantwoordelijk voor hun profielwerkstuk en dus ook voor het vinden en begrijpen van relevante informatie. Jouw rol is procesmatig. Natuurlijk kunnen leerlingen je op hun eigen initiatief raadplegen met vakinhoudelijke vragen. Liever geef je ze antwoorden niet, maar wijs je ze in de juiste richting om ze zelf te ontdekken. Je hoeft dus ook niet alles te weten als begeleider en dat besef kan in sommige gevallen veel tijd besparen. Begeleiden van een profielwerkstuk-proces bestaat naar onze mening niet uit het geven van antwoorden, maar het stellen van de juiste vragen.