Hoe gaat het in het hoger onderwijs?

Het profielwerkstuk is behalve een afsluiting van de middelbare school ook een opstap naar het hoger onderwijs. Door een link te leggen tussen het werken aan het profielwerkstuk en het vervolgonderwijs, wordt voor leerlingen het ‘waarom’ van dit werkstuk concreet. 

Fase 1 - Voorbereiding

Het profielwerkstuk kan worden gezien als de scriptie van het voortgezet onderwijs, voorafgaand aan het hoger onderwijs. Daaruit blijkt wel hoe waardevol het hoger onderwijs het profielwerkstuk vindt. Dat maakt het profielwerkstuk een belangrijk onderdeel van het examen.

Hoe gaat het in het hoger beroepsonderwijs?

De beroepspraktijk ontwikkelt zich in hoog tempo, het praktijkgerichte onderzoek in het hbo sluit hierop aan. Beroepen die nu niet of nauwelijks bekend zijn, zoals werkgelukdeskundige, ethisch hacker of professional organizer worden gezien als

beroepen met toekomst. Zowel binnen het hbo als de universiteit worden studenten opgeleid tot vakkundige en onderzoekende professionals. Afgestudeerde hbo’ers komen steeds vaker als kenniswerkers in organisaties terecht en lossen daar complexe vraagstukken op. 

Praktijkgericht onderzoek

Hogescholen bereiden hun studenten voor op hun toekomstige beroep. Vanaf het eerste jaar nemen ze deel aan projecten met praktijkgericht onderzoek in het werkveld. Dit begint met kleine projecten en (bijvoorbeeld) bedrijfsoriëntatie. Via complexere projecten werken studenten toe naar een zelfstandige stage en afstuderen.

Een essentieel onderdeel van onderzoek is verslaglegging. Mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid en de onderzoeksvaardigheden van de student spelen hierbij een grote rol.

Competentiegericht onderwijs

Het hbo‐onderwijs is competentiegericht. Voorbeelden van beroepscompetenties zijn: analyseren, adviseren en ontwerpen. Bij een beroep hoort een beroepsprofiel waarvan opleidingen een competentieprofiel afleiden. Daarnaast zijn er competenties die van elke afgestudeerde hbo’er verwacht worden: kennis en inzicht, toepassing van kennis en inzicht, oordeelvorming, communicatie en leervaardigheden.

Praktijkgerichte projecten

Per onderwijsperiode staat een project centraal. Alle vakken staan dan in het teken van een bepaald thema, waarbij de meer kennisgestuurde vakken input geven voor het project. De studenten gaan hier praktijkgericht mee aan de slag.

Begeleiding in het hbo

Studenten werden vroeger direct in het diepe gegooid; er werd vanaf het begin veel zelfstandigheid verwacht. Tegenwoordig is er in het begin van de studie vaak nog strakke sturing. Pas in het derde en vierde jaar wordt een steeds groter beroep gedaan op hun zelfstandigheid. Leren reflecteren op je eigen ontwikkeling is een officieel onderdeel van het onderwijs. Daarover zijn regelmatig gesprekken met de studieloopbaancoach en andere docenten.

Hoe gaat het op de universiteit?

Op de universiteit word je niet per definitie opgeleid tot een specifiek beroep, maar tot expert binnen een bepaald domein. Voor de universiteit geldt het profielwerkstuk als scriptie van het vwo. Goed leren onderzoeken is van cruciaal belang in de voorbereiding op het vervolgonderwijs. Analytisch denkvermogen en onderzoek doen zijn belangrijke vaardigheden om complexe vraagstukken te kunnen oplossen.

Onderzoek in de praktijk van de universiteit

Universiteiten bereiden hun studenten op voor functies waarin analytisch vermogen en onderzoeken een belangrijke rol spelen.  Vanaf het eerste jaar doen studenten onderzoek en schrijven (onderzoeks)papers. Zo werken ze toe naar de bachelor‐ en masterthesis. Afhankelijk van de gekozen opleiding zijn er ook speciale vakken zoals methoden, technieken en statistiek. 

Fase 2 - Oriëntatie en verkenning

Hoe gaat het in het hoger onderwijs?

In het hoger onderwijs werken studenten al vanaf het eerste jaar veel samen in projectgroepen. Daarbij worden ze begeleid door een tutor, meestal een docent van de opleiding.

Werken in projecten

In het hbo mogen studenten soms zelf hun eigen projectgroep samenstellen. Maar in het begin van de studie worden ze meestal door de opleiding in groepen ingedeeld. Die indeling is soms willekeurig en soms op basis van bijvoorbeeld leerstijlen of testresultaten. Op de universiteit stellen studenten (vaak) zelf de groepen samen.

Projectrollen

Bij een groepsopdracht in het hoger onderwijs werken studenten in teams. Er wordt een actieve houding en veel creativiteit van iedere student verwacht. Ze moeten zelf veel uitzoeken en organiseren. Bij een groepsopdracht is er daarom ruim aandacht voor vergaderen, werkafspraken maken, verslagen schrijven en presenteren.

Fase 3 - Plan van aanpak

Hoe gaat het in het hbo?

Onderzoek vanuit de beroepspraktijk

Het schrijven van een plan van aanpak is over het algemeen een (belangrijk) standaardonderdeel bij een onderzoek. Het is meestal een go/no‐go‐moment voor het team.

Het is belangrijk dat iedereen die meewerkt aan het project zich aan het plan van aanpak verbindt. Dat gebeurt soms met een samenwerkingsovereenkomst, die alle projectleden ondertekenen. De kans op slagen zal daarmee flink toenemen.

In het hbo wordt gewerkt met fictieve of echte opdrachten uit de praktijk. Dat betekent dat de opdrachtgever voor studenten vaak iemand uit het werkveld is. Soms moeten studenten ook zelf een begroting opstellen. Er wordt toegewerkt naar het zelfstandig schrijven van een plan van aanpak met onderdelen als financiën, kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid dat voldoet aan de eisen van de wetenschapsethiek.

ZelCommodel

Een mogelijke methode om de zelfstandigheid van de student en de complexiteit van opdrachten in te schatten is het ZelCommodel. Dit model kan gebruikt worden om te bepalen of een opdracht geschikt is voor een student op een bepaald moment in de opleiding. Daarnaast kan ook becijfering hier mede op gebaseerd worden.

HBO en Uni

————————————————————————————————————
2 Gebaseerd op: Griffioen, D en Wortman, O. Onderzoek in het onderwijs van de Hogeschool van
Amsterdam. Januari 2012.

Complexiteit beoordelen met ZelCommodel

De complexiteit van een opdracht kan afhangen van verschillende factoren:

  • Een opdracht oplossen in een bekende omgeving met bestaande werkwijze en weinig betrokken partijen (stakeholders) is minder complex.
  • Een multidisciplinaire oplossing vinden in een onbekende omgeving over een nieuw onderwerp waarover nog veel te onderzoeken valt, is zeer complex.
  • Een onderwerp kan nieuw zijn voor een student en voor de organisatie, maar al uitgebreid beschreven binnen het vakgebied.

Zelfstandigheid beoordelen met het ZelCommodel

De zelfstandigheid van een student heeft te maken met twee factoren: de begeleiding van de docent en de ruimte voor de student om zelf keuzes te maken.

  • Hoeveel begeleiding is er nodig om tot een goed resultaat te komen?
  • Kiest een student uit een aantal aangeboden mogelijkheden? Of kiest de student heel zelfstandig zijn aanpak en oplossingsmethode?
  • Neemt een docent elke stap met een student door? Of is de student in staat om zichzelf te sturen, vooruit te kijken en te anticiperen op de aankomende activiteiten?
  • Kan de student goed communiceren en samenwerken? Ook de kritische houding speelt daarbij een rol.
  • Vraagt een student steeds aan een docent of iets goed of fout is? Of toont de student aan of iets een juiste keuze is en beoordeelt de docent of deze onderbouwing grondig genoeg is?

Dit alles wordt meegewogen in de mate van zelfstandigheid.

Becijfering met het ZelCommodel

Het ZelCommodel kan een rol spelen bij de becijfering:

  • Geef studenten die relatief eenvoudige opdrachten met veel begeleiding tot een goed resultaat brengen, maximaal met een 7 of 8.
  • Geef studenten die bij een complexe opdracht zelfstandig tot een redelijk resultaat komen een 7 of 8 toe te kennen.
  • Reserveer de cijfers 9 en 10 voor zelfsturende studenten die complexe opdrachten tot een goed einde weten te brengen.

De exacte criteria moeten in onderlinge afstemming in een docententeam vastgesteld worden.

Hoe gaat het op de universiteit?

Het schrijven van een plan van aanpak is over het algemeen een (belangrijk) standaardonderdeel bij een onderzoek, meestal is een onderzoeksplan hier een onderdeel van.

Het onderzoeksplan helpt studenten te bedenken hoe ze antwoorden kunnen vinden op de onderzoeksvraag. Ze denken na over diverse scenario’s en reflecteren of hun aanpak echt de juiste is. Het onderzoeksplan bestaat uit een beschrijving van de onderzoeksvraag en hypotheses, het doel van het onderzoek, de onderzoeksmethodes en ‐instrumenten en een eventuele omschrijving van de proefpersonen. Er wordt gewerkt met fictieve of echte opdrachten uit de praktijk.

Fase 4 - Onderzoeksuitvoering

Hoe gaat het in het hoger onderwijs?

Bij de onderzoeksuitvoering gaat het om welke middelen je moet inzetten om antwoord te krijgen op een vraag, een probleem op te lossen of een wens te realiseren. Studenten worden wegwijs gemaakt in diverse onderzoekstechnieken en het valide en betrouwbaar uitvoeren daarvan. De reden daarvoor is enerzijds dat studenten worden opgeleid om in hun latere beroep oplossingen te zoeken voor complexe vraagstukken. Maar ook om te waarborgen dat studenten kunnen analyseren, logisch redeneren, onderbouwen, structureren, samenvatten, concluderen en evalueren zoals verwacht mag worden na het afronden van een studie in het hbo of op de universiteit.

Fase 5 - Verslag en presentatie

Hoe gaat het in het hoger onderwijs?

Voor het schrijven van een verslag zijn structureren en interpreteren (resultaten samenvatten en relateren aan de onderzoeksvraag) belangrijke vaardigheden. Op basis van de resultaten doen studenten voorstellen voor verbetering of vervolgonderzoek. Een goed verslag heeft:

  • Een logische opbouw (inleiding, kern en conclusie);
  • Een goede analyse;
  • Zakelijk en objectief taalgebruik;
  • Hanteert de standaard voor bronvermelding uit het beroepenveld (bijvoorbeeld APA).

Hoe gaat het in het hbo?

Bij de verslaglegging en presentatie wordt er geëxperimenteerd met diverse media die gebruikelijk zijn in het beroepenveld. Denk aan een filmpje, website, magazine, demo of projectenmarkt. In alle sectoren is schriftelijke en mondelinge communicatie belangrijk, alhoewel schriftelijke verslagen niet meer in elke sector gebruikelijk zijn.

Afsluiting project

In het hbo worden steeds meer projectopdrachten afgesloten met zogenoemde assessments. Dit zijn presentaties van (omvangrijke) projectverslagen die soms in teamverband worden geschreven of soms individueel. Het sleutelwoord hierbij is verantwoording: het moet duidelijk zijn waar welke informatie vandaan komt en welke (academische) bronnen (theorieën en tools) zijn gebruikt.

Fase - 6 Evaluatie en beoordeling

Hoe gaat het in het hbo?

In het hbo worden per project leerdoelen gekozen om te beoordelen. In elk project komen alle onderdelen van een beroepsopdracht terug, maar in de beoordeling worden niet alle onderdelen in elke onderwijsperiode meegenomen. Er wordt dus een focus aangebracht. Na verloop van tijd worden de eisen steeds zwaarder. Er zit een leerlijn in. Wat terugkomt is de beoordeling op inhoud (diepgang), het bepalen of nieuwe concepten duidelijk uitgelegd zijn en of er kloppende relaties zijn gelegd. Dat gebeurt aan de hand van rubrics. Er is vaak een aparte beoordeling van de taal. Na verloop van tijd wordt het taalniveau een inlevervoorwaarde. Ook presentaties worden apart beoordeeld.

De presentaties en de projectverslagen worden meestal afgesloten met een cijfer (de zogenoemde summatieve beoordeling). Dat moet minimaal een 5,5 zijn. Steeds vaker zijn er tussentijds ook formatieve beoordelingen om te kijken of studenten op de goede weg zijn en door kunnen naar de volgende fase. Studenten helpen elkaar ook met peerfeedback. Hbo‐studenten moeten dus zelf ook kunnen werken met de criteria om elkaar te kunnen beoordelen en feedback te geven.

Wel of geen scriptie?

De scriptie als afsluiting van het hbo staat tegenwoordig ter discussie omdat het geen beroepsproduct is. Sommige opleidingen aan hogescholen laten studenten geen scriptie meer schrijven, maar alleen een portfolio en een onderzoeksposter. Andere opleidingen combineren scriptie en onderzoeksposter.  Voor de beroepspraktijk is het belangrijk om gedachten en argumenten goed te kunnen verwoorden. Een duidelijke zakelijke tekst schrijven is iets wat je moet leren en oefenen. Studenten die willen doorstromen naar een master moeten deze vaardigheid zeker beheersen.