Letterkundig en kunsthistorisch onderzoek

Gaat je vraag over artistieke expressies, zoals kunst, voorstellingen, literatuur?

Staat er in jouw buurt een bijzonder gebouw of kunstwerk waar je meer over wilt weten? Ben je nieuwsgierig naar een stijl, een periode of een bepaalde film of muziek? Wil je weten wat het betekent als er over een cultuur of periode (bijvoorbeeld postmodernisme) veel kunst is gemaakt. Dan doe je kunst(historisch) onderzoek. 

Kwantitatief of kwalitatief onderzoek

Om vragen over kunst(werken) te beantwoorden, doe je een kwalitatief of kwantitatief onderzoek. Hieronder leggen we ze uit.

Kwalitatief onderzoek

Een kwalitatief onderzoek gaat minder over getallen en gegevens. Kunstwerken worden geanalyseerd en in een context geplaatst, het gaat veel meer over zaken als stijl, periode of vormgevingsaspecten. Dit is moeilijk in cijfers uit te drukken, het gaat over een veel diepere verklaring.
Bij een kwalitatief onderzoek van kunstwerken analyseer je kenmerken van kunstuitingen, je plaatst ze in de tijd op een systematische en diepgaande manier. Je bestudeert en evalueert kenmerken per deelvraag en trekt daar conclusies uit. Eventueel kun je enquêtes met open vragen, interviews en observaties als bronnen van kwalitatieve gegevens gebruiken. Het gaat dan vaak om open vragen als “Waarom is dit uw favoriete kunstwerk?”, “Wat raakt u in deze film?” Uit deze antwoorden trek je conclusies, wat soms behoorlijk lastig kan zijn omdat de conclusie beschrijvend is en geen ‘harde’ getallen.

Kwantitatief onderzoek

Met kwantitatief onderzoek zoek je naar meetbare dingen. Je verzamelt gegevens zoals aantallen, cijfers en data. Dit is handig als je veel gegevens nodig hebt en moet verwerken. Je stelt vragen als “Hoe vaak per jaar bezoekt u een museum?”, “Hoeveel films koopt u per jaar?” In je werkstuk onderbouw je de conclusies met cijfers, bijvoorbeeld in een grafiek of een cirkeldiagram. Wat je ook kiest, het moet duidelijk, volledig en begrijpelijk zijn. Zelfs zonder onderschrift! Een andere onderzoeker moet gemakkelijk jouw onderzoek kunnen nadoen.

Soms kun je uit kwalitatieve beschrijvingen kwantitatieve informatie halen. Denk hier al aan  in de ontwerpfase van jouw onderzoek.

Wat heb je nodig?

Uiteraard heb je het onderwerp zelf nodig (het kunstwerk of de stijlperiode). Daarnaast zoek je artikelen, boeken, websites of andere bronnen die je kunnen helpen bij het beantwoorden van jouw vragen. Om grip te krijgen op het kunstwerk en alle informatie daarover, is het belangrijk dat je over een goed raamwerk beschikt. Hieronder lees je meer over onderzoeksmethoden.

Onderzoeksmethode: analyseren en je vragen beantwoorden

Om te kijken welke vragen je wilt beantwoorden kun je een raamwerk maken, dit helpt je om een onderzoeksvraag aan te scherpen. Hierin leg je vast (aan de hand van goed geformuleerde kenmerken) welke informatie je nodig hebt om je onderzoek meetbaar en navolgbaar te maken. Met een onderzoeksplan of raamwerk verzamel en orden je de gegevens die helpen bij het analyseren en het beantwoorden van jouw onderzoeks- en deelvragen.

Andere woorden voor raamwerk zijn perspectief, theoretisch kader of theoretische invalshoek. Kenmerken worden ook wel (onderzoeks)parameters genoemd.

Onderzoeksvraag aanscherpen

Duik aan het begin van de onderzoeksfase de literatuur opnieuw in. Wat voor vragen stelt en beantwoordt de literatuur over jouw onderwerp? Lijken die vragen op je eigen vragen? Gebruik die literatuur om je vraag aan te scherpen en leg in je uiteindelijke werkstuk uit waarom ze relevant zijn.

Bijvoorbeeld: Je wilt weten hoe een bepaald kunstwerk tot stand is gekomen of dat vergelijken met andere kunstwerken. Of hoe het past in een periode of cultuur of zich verhoudt tot andere werken uit die periode? Gebruik bij deze fase de informatie over onderzoeksvragen nog eens: ga je beschrijven, vergelijken, verklaren? Bij vergelijkende vragen kijk je naar meerdere kunstwerken of kunstenaars in je onderzoek.

Het raamwerk van je onderzoek

De onderzoeksvraag en deelvragen vormen de basis voor jouw onderzoeksplan of raamwerk. Daarin staat over welke kenmerken van de kunstwerken je meer moet weten om je vragen te beantwoorden. Een startpunt is bijvoorbeeld je lesboek voor kunst of literatuur. Je docent kan je natuurlijk ook op weg helpen. Meer mogelijke kenmerken en voorbeelden van onderzoek vind je op de website van LitLab. In de Syllabus voor Kunst (Algemeen) op Examenblad staan begrippen voor de analyse van dans, muziek, beeldende kunst, theater en film. 

Raamwerk testen en duidelijk beschrijven

Het raamwerk is meestal niet in een keer af. Zeker als je meerdere kunstwerken onder de loep neemt in je onderzoek. Misschien ontdek je wel dat er bijvoorbeeld nog een extra kenmerk in je onderzoek moet, of dat je iets nog niet scherp genoeg hebt gedefinieerd. Daarom test je het raamwerk op een klein deel van je onderzoeksmateriaal, en maak je een duidelijke beschrijving van ieder kenmerk dat je analyseert. In die beschrijving verwijs je naar de literatuur die je gebruikt hebt. Noteer ook of de definities in de literatuur bruikbaar waren, of dat je ze moest wijzigen in de testfase. Deze beschrijving maakt dat je onderzoek controleerbaar en transparant is.

Analyseren en vragen beantwoorden

Als je het raamwerk klaar hebt in een lijst met duidelijk gedefinieerde kenmerken, gebruik je het om ieder kunstwerk of een deel ervan te analyseren. Voor ieder van de kunstwerken die je onderzoekt, werk je systematisch uit of (en hoe) het kunstwerk over ieder kenmerk beschikt. Je raamwerk is nu een lijst die je in kan vullen voor een kunstwerk of deel van een kunstwerk.

Hiermee maak je van het kunstwerk dat je onderzoekt eigenlijk een set gegevens die je verder kunt verwerken. Omdat jij op deze manier degene bent die de gegevens maakt, is het heel belangrijk dat je dat op een controleerbare manier doet. Daarom is een duidelijke definitie van de kenmerken die je gebruikt onmisbaar in je uiteindelijke profielwerkstuk. Tijdens de analyse van de kunstwerken, noteer je door welke redenen jij tot een bepaalde conclusie komt.

Wanneer je alle kunstwerken in je onderzoek geanalyseerd hebt, bekijk je de gegevens vanuit een andere hoek. Niet meer als een kunstwerk of een deel ervan, maar per kenmerk of deelvraag. Die gegevens analyseer je en zo kom je tot antwoorden op je deelvragen.

Andere benaderingen van kunstwerken

Op deze pagina hebben we uitgelegd hoe je te werk gaat als kunstwerken centraal staan in je profielwerkstuk. Maar dat is niet de enige manier.

Als je een verklaring zoekt voor bijvoorbeeld de opkomst van een bepaald thema in de kunst, of je wilt het werk van een auteur in een traditie of tijd plaatsen, kijk dan ook eens bij de beschrijving van de onderzoeksaanpak voor geschiedenisprofielwerkstukken. Het kan namelijk goed zijn dat je onderzoek ook om die methode vraagt. Op de website van Litlab vind je voorbeelden.

Als je bijvoorbeeld de verf en andere materialen van schilderijen bestudeert (denk bijvoorbeeld aan het werk van restaurateurs). Of je bent geïnteresseerd in de spierkracht van dansers, dan vraagt jouw onderzoek om twee onderzoeksmethodes. Misschien moet je ook een experiment uitvoeren, meer over die onderzoeksmethode vind je bij onze uitleg over experimenten.

Achtergrond: de hermeneutische cirkel

De hermeneutische cirkel beschrijft het proces waarin je artistieke expressies analyseert en interpreteert. Hermeneutisch betekent ‘verklarend’, ‘uitleggend’ of ‘interpreterend’. Het is een cirkel omdat er geen vast begin of einde is. Het begrijpen van een kunstwerk is een doorlopend proces. Degene die het kunstwerk wil begrijpen gaat steeds heen en weer tussen het hele kunstwerk en delen ervan.

Bijvoorbeeld: je hebt een idee over een kunstwerk, je vindt het bijvoorbeeld mooi of lelijk. Dan ga je delen van het kunstwerk analyseren om te zien waar dat idee vandaan komt. Komt het bijvoorbeeld door het onderwerp, de stijl of kleuren? Je kunt je mening over het kunstwerk veel beter onder woorden brengen als je het hebt geanalyseerd. En waarschijnlijk kom je dan ook op andere dingen die je nog zou willen analyseren. En zo begint de analyse van het kunstwerk opnieuw – vandaar het beeld van de cirkel.

Ditzelfde proces gaat op voor bijvoorbeeld de relatie (een verband) tussen een kunst- of literatuurstroming (geheel) en werken daarbinnen (delen). Je hebt een beschrijving van een stroming, maar wilt die toetsen aan delen daarvan. Hiervoor analyseer je kenmerken van afzonderlijke werken binnen de stroming. Dat leidt tot een preciezere beschrijving van die stroming en tot nog meer gedetailleerde kenmerken die je kunt onderzoeken.

Zo’n eeuwigdurende cirkel van heen en weer gaan tussen deel en geheel kan voor een profielwerkstuk natuurlijk niet. Het kan zelfs voor geen enkel onderzoek, ieder onderzoek heeft een vooraf bepaald tijdsschema. En je hebt letterlijk niet eeuwig de tijd!

Als onderzoeker geef je daarom aan waar je start in de cirkel. Om het ‘geheel’ te beschrijven waarmee je startte, geef je eerst: 

  • de achtergronden bij je onderzoek;
  • het idee; 
  • en de veronderstelling over het geheel (waar je mee startte).

Dat helpt om te bepalen welke delen (kenmerken) je voor jouw onderzoek moet onderzoeken: ook die benoem je en legt er de relevantie van uit.

Vervolgens presenteer je de uitkomsten van je analyse en hoe dit samenhangt met het geheel. Daarvoor kijk je terug naar je beginpunt: (hoe) is je idee over het geheel veranderd? Zijn er nu nieuwe kenmerken die je zou willen onderzoeken?

Heb je alle informatie bij elkaar? Dan is het tijd om je profielwerkstuk te schrijven.