Observatie

Heb je een vraag over het natuurlijk gedrag van dieren of mensen? Bijvoorbeeld of ouders hun dochters meer complimenteren dan hun zonen? Dan kun je jouw vraag beantwoorden door een observatiestudie uit te voeren. Observatiestudies zijn bijvoorbeeld erg populair in de ontwikkelingspsychologie en antropologie. 

In zo’n studie observeer je het gedrag van mensen of dieren. Meestal doe je dat in de natuurlijke omgeving. Onderzoeksgegevens verzamel je bijvoorbeeld door te turven hoe vaak een bepaald gedrag voorkomt. Deze gegevens kun je vervolgens analyseren met statistiek, net zoals de gegevens van een experiment of enquête

Het verschil tussen een observatie, experiment en enquête

Het belangrijkste verschil tussen een experiment en een observatie is dat je natuurlijk gedrag observeert. Bij een experiment lok je het gedrag in een ‘lab’ uit. Wanneer je iets over spelgedrag wilt weten, ga je in een observatiestudie naar de speeltuin, terwijl je voor een experiment een ruimte met speeltoestellen zou inrichten en proefpersonen vraagt daar te spelen. 

Het belangrijkste verschil met een enquête is dat je je focust op gedrag terwijl je met een enquête ook naar de gedachten van de proefpersoon kan vragen. De gedachten van je proefpersonen kun je met observaties niet achterhalen.

Waarom een observatiestudie?

Een observatiestudie duurt langer, het grootste voordeel hiervan is dat dit betere resultaten oplevert dan een korte observatie. Gedrag is afhankelijk van heel veel factoren en met een korte observatie zul je die niet allemaal zien. Hierdoor kan het gebeuren dat je niet genoeg gegevens verzamelt voor de juiste resultaten of conclusies. Een lange observatie zal ook niet alle factoren onthullen, maar je ziet wel meer. Het grootste nadeel van een observatie is dat je geen oorzaak van het gedrag zult vinden. Je kunt aantonen dat ouders hun dochters meer complimenteren dan hun zonen. Maar je kunt niet aantonen waarom ze dat doen.

Voorbereiding observaties

  1. Maak een logboek waarin je je gegevens kunt noteren. Tip: doe dat op papier! Stel je voor dat de batterij van je logboek leeg raakt precies wanneer iets interessants gebeurt!
  2. Bepaal het gedrag waar je in geïnteresseerd bent, zodat je het kunt turven. In het voorbeeld hierboven moet je precies uitschrijven wat een compliment is. Bijvoorbeeld: “Goed zo”, “Goed gedaan” en “Heel goed”. Maar misschien vind je “Wauw!” ook een compliment? En wil je misschien onderscheid maken tussen verschillende soorten complimenten?
  3. De locatie waar je gaat observeren is erg belangrijk. Kies eerst het soort locatie,  bijvoorbeeld een speeltuin. Bepaal aan welke kenmerken de locatie moet voldoen en zoek dan een paar locaties waar je kunt observeren. Zo kun checken of je op verschillende locaties dezelfde conclusies trekt.

Denk goed na welke omstandigheden het gedrag kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld of het mooi weer was of juist regende terwijl je je observaties deed. Noteer dat in je logboek.

Uitvoering observatiestudie

Het is belangrijk dat je alle stappen hierboven doorloopt voordat je begint aan je observaties. Anders kan het zomaar gebeuren dat je het gedrag op een andere manier gaat turven tijdens de observaties. Probeer je onopvallend op te stellen terwijl je observeert, zodat je het gedrag niet per ongeluk beïnvloedt.

Klaar?

Ben je klaar met observeren? Ruil dan je camouflagekleding en verrekijker in voor pen en papier (of een laptop). Want het is tijd voor de volgende stap: je gaat schrijven! Check onze tips en tricks van hoe je het schrijven van je profielwerkstuk aanpakt!