Onderzoekscyclus

Dus jouw profielwerkstuk vraagt om een onderzoek? Elk onderzoek bestaat uit 6 stappen, al deze stappen noemen we een onderzoekscyclus of met een chique woord: de empirische cyclus. Als je alle stappen volgt, moet het goedkomen met jouw profielwerkstuk! 

Elk onderzoek bestaat uit 6 stappen:

  • Verwonderen: Inlezen op het onderwerp, waarnemen, vaststellen van het probleem, nieuwsgierig worden
  • Verkennen: Onderzoeken wat er al bekend is over die vraag, dit leidt tot een onderzoeksvraag
  • Onderzoek opzetten:  Formuleren van een hypothese, en ontwerpen van experiment dat jouw onderzoeksvraag kan beantwoorden
  • Onderzoek uitvoeren: Verzamelen van gegevens om de vraag te kunnen beantwoorden; en vervolgens analyseren en categoriseren van de gegevens
  • Concluderen: Conclusies trekken en evalueren
  • Presenteren: Presenteren van jouw onderzoek en uitkomsten 

Met behulp van deze cyclus verzamel je alle informatie die je nodig hebt om jouw hypothese (een concrete voorspelling) te formuleren en je voorspelling te toetsen. Hieronder lees je meer over de stappen uit de empirische cyclus.

 

  1. VERWONDEREN

Je leest ergens iets over, ervaart iets of er valt je iets op uit het onderzoek dat je eerder hebt gedaan.

Voorbeeld: Je studeert graag met muziek op de achtergrond, terwijl het je klasgenoten juist afleid. Dit roept vragen op, zou muziek misschien een effect hebben op leren?

 

  1. VERKENNEN

Je begint met inlezen: wat is er al bekend? Je duikt in de literatuur, maar je kunt ook experts inschakelen: zij weten immers heel snel informatie te geven waar jij naar op zoek bent. Tijdens het verkennen ga je niet alleen op zoek naar wat er al bekend is, maar juist ook naar wat er nog niet duidelijk is. Uit de bevindingen van eerder onderzoek, en de gaten in kennis die er nog zijn,  formuleer je een hoofdvraag: de onderzoeksvraag.

Voorbeeld: Je besluit het effect van muziek verder te onderzoeken. Jouw school heeft EEG apparatuur beschikbaar, waarmee je zelfs naar de hersenactiviteit van je klasgenoten kan kijken. De vraag die je wil beantwoorden is: Wat is het effect van achtergrondmuziek tijdens het leren op je concentratievermogen (hersenactiviteit)?

 

  1. ONDERZOEK OPZETTEN

Op basis van het onderzoek dat je deed in de verkenningsfase, kun je de hypothese(s) formuleren. Er zijn twee soorten hypotheses:

Algemene hypothese: Dit is een algemene veronderstelling, een antwoord op de hoofdvraag, wat verwacht wordt op basis van literatuur. Deze fase noem je de inductiefase.

Specifieke hypothese: Je formuleert ook een hypothese die specifiek voor een experiment toetsbaar is (deductiefase). Deze hypothese kun je, na je experiment, bevestigen of niet.

Voorbeeld:
Hypothese van de inductiefase (algemene hypothese): Muziek zorgt ervoor dat je je beter kan concentreren en heeft daardoor een positief effect op je studieresultaten.

Hypothese van de deductiefase (specifieke hypothese): Het EEG experiment zal laten zien dat er een hoger concentratievermogen (hersenactiviteit) te zien is bij het luisteren van muziek tijdens het studeren, in vergelijking met stilte tijdens het leren. Ook laat de gedragsdata zien dat de proefpersonen hoger scoren op de test met achtergrondmuziek.

Experiment uitdenken

Voordat je je data gaat verzamelen, moet je eerst je experiment van a tot z uitdenken. Kijk voor handige tips op https://www.profielwerkstuk.nl/how-to/experimenteren/ 

 

  1. ONDERZOEK UITVOEREN

Door middel van een goed uitgedacht experiment wordt jouw geformuleerde hypothese getoetst. Je verzamelt data, ordent ze en voert er analyses op uit. 

Voorbeeld: Je voert jouw experiment uit in de klas. 20 klasgenoten doen twee keer een leertaak. De ene keer hebben ze muziek op de achtergrond, de andere keer stilte. Tijdens het leren wordt de hersenactiviteit gemeten met de EEG apparatuur. Je krijgt data binnen over de hersenactiviteit tijdens het leren. Daarnaast kun je ook de leertaak nakijken, om te zien onder welke omstandigheden de taak beter wordt gemaakt.

 

  1. CONCLUDEREN

Je interpreteert de resultaten van het experiment. Wordt de hypothese door het experiment ondersteund, of juist niet? Op basis van de uitkomsten trek je een conclusie. Daarnaast is het goed om je experiment te evalueren en kritisch te kijken naar jouw opzet en uitkomsten: Zijn er nog verbeteringen mogelijk in de opzet van het experiment, of waar moeten anderen of jij in toekomstige onderzoeken rekening mee houden? En zijn er misschien andere factoren die jullie resultaten kunnen verklaren? Dit leidt vaak tot nieuwe vragen of waarnemingen. Deze zul je ook moeten toetsen, in dat geval begint de empirische de cyclus opnieuw.

Voorbeeld: De statistieken van de toets laten zien dat er géén opvallend verschil is in hersenactiviteit bij leerlingen wanneer ze tijdens het leren naar muziek luisteren of niet. De hypothese dat muziek invloed heeft op concentratie tijdens het studeren kan niet worden ondersteund door dit experiment. Misschien zijn er te weinig proefpersonen gebruikt. Of zijn er andere muzieksoorten die wel een effect hebben. Óf heeft muziek tijdens het leren geen effect op de concentratie. Er is meer onderzoek nodig en zo start de onderzoekscyclus opnieuw.

 

  1. PRESENTEREN

The moment of truth! De laatste stap is de presentatie van jouw onderzoek. Daarin besteed je aandacht aan de reden van je onderzoek, je onderzoeksmethode, de belangrijkste resultaten en je conclusie. Je hebt hier (ongeveer) 10 minuten de tijd voor, dat lijkt heel kort maar verkijk je daar niet op. Jij weet namelijk alles over je onderzoek en hebt het waarschijnlijk in 3 zinnen uitgelegd. 

Om te voorkomen dat jullie elkaar vervolgens minutenlang in stilte aanstaren, neem je je luisteraars mee jouw profielwerkstuk. Waarom onderzocht je dit? En waar liep je tegenaan? Hoe heb je dat opgelost? Presenteer heldere uitkomsten, te veel data kan verwarrend werken of is simpelweg saai. En ten slotte: maak er een leuk verhaal van. Je hebt hier maanden naartoe gewerkt en dit is jouw moment! Pak die spotlight! 

 

Heel leuk dat presenteren, maar hoe pak je dat aan? Check onze EHBP  (Eerste Hulp Bij Presenteren).