Oriëntatiefase

Een goed begin is het halve werk

Veel scholen noemen het profielwerkstuk ook wel het kroonstuk van je middelbare schoolcarrière. Na al die jaren leren, is het tijd om te laten zien wat je kan. Je krijgt je de mogelijkheid om eindelijk iets te onderzoeken of ontwerpen wat jij interessant vind. Maar waar begin je?

 

Per school verschilt het wat er precies van je verwacht wordt. Vraag daarom bij je school informatie over de eisen die gesteld worden aan het profielwerkstuk. Bijvoorbeeld: voor sommige scholen is het verplicht een eigen onderzoek uit te voeren, bij andere scholen is een bronnenonderzoek voldoende. Let dus goed op wat je school van jou verwacht. Zorg ook dat je van te voren goed de planning en deadlines van jouw school in je agenda zet!

 

Actie

  • Maak een globale planning voor de komende maanden. Beantwoord vragen als: Wanneer moet jouw onderzoeksvraag af zijn? Wanneer ga je je gegevens verzamelen en hoeveel tijd heb ik nodig om dit voor te bereiden? Wanneer zijn de eindpresentaties? Check hierbij de opdracht/handleiding van jouw school om te zien wat hier van je verwacht wordt. 
  • Maak een bestand aan waarin je je logboek voor de komende periode bij kunt houden. 
  • Zie hier een handleiding voor een plan van aanpak en een logboek

Denk hierbij aan je hobby’s of onderwerpen waar je graag over praat. Als je al weet wat je wilt studeren, kun je ook in die richting kiezen. Het profielwerkstuk is een lang traject, dus het helpt om een onderwerp te kiezen waar je zelf graag mee bezig bent. Je kunt iets gaan onderzoeken of iets gaan maken, dat laatste noemen we een ontwerp. Let wel op dat het onderwerp betrekking moet hebben op een vak uit jouw profiel. 

Zodra je een onderwerp hebt gekozen, ga je informatie bij elkaar zoeken. In de oriënterende fase kun je allerlei soorten bronnen gebruiken. Naast geschreven informatie kan een documentaire, podcast of gesprek met een expert ook erg inspirerend zijn. Gun jezelf hier wat tijd voor, maar niet te lang. Zorg dat je op tijd gaat focussen richting een specifieke onderzoeksvraag of beschrijving van wat je wilt ontwerpen. De meeste scholen geven deadlines voor het indienen van je onderwerp, hier moet je natuurlijk rekening mee houden.

 

Literatuur zoeken

Het vinden van betrouwbare en recente informatie is een cruciaal onderdeel van je onderzoek. Het raadplegen van literatuur komt gedurende alle fasen van je profielwerkstuk terug. Tijdens het bedenken van het onderwerp, je opzet, en zelf nog bij het interpreteren van je data en het trekken van een conclusie. 

Omdat er zó veel informatie op internet staat, kan het nog best lastig zijn om de juiste relevante informatie te vinden. Welke zoektermen gebruik je? Hoe beoordeel je of een bron betrouwbaar is? En hoe gebruik je vervolgens de informatie in je pws?

Om je op weg te helpen heeft de VU een gratis online hulpmodule ontwikkeld. Deze module kun je helemaal zelf doorlopen. Hij is opgeknipt in verschillende onderdelen zoals ‘Literatuuronderzoek beginnen’, ‘Hoe beoordeel je’ of ‘Verwijzen naar wetenschappelijke literatuur’. Deze onderdelen kun je ook apart doorlopen. Zie: https://libguides.vu.nl/puc

Tip: kijk hier voor een overzicht met toegankelijke websites voor het zoeken van informatie: Open access websites

Je onderzoeksvraag en ontwerpidee komt voort uit een bedoeling, dat is wat je er uiteindelijk mee wilt bereiken. Elk ontwerp of onderzoek is een onderdeel van wat wij als mensen samen uitdenken, waarmee we de wereld beter maken of meer inzicht krijgen. Binnen de beperkte tijd die jullie hebben kun je meestal niet een groot onderzoek helemaal uitdiepen of een apparaat helemaal maken. Maar door jullie resultaten te combineren met de resultaten van andere projecten komen we in onze samenleving een stapje verder. Jouw profielwerkstuk heeft dus een bedoeling, een wat vaag aangeduide beschrijving van wat we meer willen weten of gaan bereiken. Voorbeelden zijn: “zorgen dat ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen” of “inzicht in de oorzaken van oorlog om daarmee deze te voorkomen”.

Binnen die bedoeling kun je een concreet doel omschrijven. Een doel is iets dat we willen bereiken, maar nog niet precies is afgebakend en gekwantificeerd. Doelen die passen de bovenstaande bedoelingen zijn bijvoorbeeld: “ouderen helpen bij iets oprapen van de grond” of “inzicht in de oorzaken van de eerste wereldoorlog”.

 

Bij een onderzoek ga je bij de start je onderzoeksvraag vastleggen, daarmee zorg je dat je helder hebt wat je precies wilt onderzoeken en baken je je onderzoek af. Afbakenen betekent dus dat je ook helder maakt wat je niet gaat uitzoeken. Daarvoor zijn praktische redenen, zoals beschikbare tijd en middelen, of theoretische redenen zoals al bestaande kennis. Het onderzoeksdoel moet de onderzoeksvraag rechtvaardigen, dus je checkt of inderdaad de inzichten uit je onderzoek nodig zijn om het doel te bereiken.

 

Bij een ontwerp bepaal je nu je ontwerpidee. Daarin beschrijf je wat je voor welke situatie wilt ontwerpen. Bijvoorbeeld: “Een hulpmiddel voor een oudere waarmee lichte kleine voorwerpen van de grond kunnen worden opgeraapt”. Een ontwerpidee is nog niet precies beschreven want je kunt in dit stadium nog niet weten of het uitvoerbaar is. Bij een ontwerpidee is er nog best veel uitzoekwerk om de uitvoerbaarheid vast te stellen. De verdere afbakening wordt dan ook gedaan in eerste stappen van de ontwerpcyclus waarin je de situatie gaat analyseren en bepaalt aan welke eisen je ontwerp moet voldoen.

 

Zorg dat je voor jezelf helder hebt waarom jouw profielwerkstuk nuttig is

Uit de bedoeling en het doel volgt het belang van jouw profielwerkstuk: waarom het nuttig en belangrijk is om aan je profielwerkstuk te werken. Dit ga je later in je verslag in de inleiding vastleggen zodat de lezer weet waarom jij graag met dit onderwerp aan de slag wilde gaan. Bij de bespreking van het resultaat beschrijf je in je verslag bij een onderzoek welke inzichten zijn opgeleverd en wat het belang daarvan is. Bij een ontwerp beschrijf je op welke manier je ontwerp kan worden benut. Bij beide leg je dus de relatie met doel en bedoeling.

Vaak gaat het over onderwerpen die voor jou belangrijk zijn, misschien iets uit je leefomgeving, een hobby of een studie die je wilt gaan doen.

Toelichting figuur: Een profielwerkstuk levert een kleine bijdrage aan een hoger doel, het heeft een bedoeling, en daarbinnen een doel.

 

Een goede onderzoeksvraag

Een goed onderzoek begint met een goede vraag. Om een goede vraag te kunnen stellen, is het wel nodig dat je al het een en ander van het onderwerp weet. Lees je dus eerst goed in. Verder is het belangrijk dat je het onderwerp goed kan afbakenen. Daarnaast is het belangrijk dat er een antwoord op te vinden is aan de hand van een experiment of bronnenonderzoek. Een goede onderzoeksvraag is een open vraag.

 

In de praktijk blijkt meestal dat de onderzoeksvraag gaandeweg nog wordt bijgesteld. Redenen kunnen zijn dat de oorspronkelijke vraag toch niet onderzoekbaar is, of tijdens het onderzoek blijkt een andere onderzoeksvraag interessanter. Blijf daarvoor tijdens het profielwerkstuktraject goed observeren en nadenken over wat je eigenlijk aan het onderzoeken bent en wat dit betekent, en haal de bijzonderheden uit je meetgegevens en waarnemingen.

Het is wel belangrijk om in het begin een zo goed mogelijke onderzoeksvraag vast te stellen, dat draagt erg bij aan een haalbaar PWS en geeft richting aan je inspanningen.

 

Een goede PWS onderzoeksvraag voldoet aan de criteria:

 

  1. Haalbaar (Feasibility): Beantwoordbaar binnen de randvoorwaarden
  2. Overdraagbaar (Transferability): Eenduidig en daarmee overdraagbaar
  3. Interessant (Non obviousness): er moet gerede twijfel over het antwoord zijn
  4. Ethisch verantwoord: het antwoord en het proces mag niemand en niets schaden
  5. Voldoende uitdagend
  6. Relevant: Je kunt iets met het antwoord, bijvoorbeeld het nemen van een beslissing. (handig om te hebben)
  7. Gaat over jouw interesses of vaardigheden: geeft je gelegenheid om ervaring op te doen met een onderwerp en vaardigheden op te bouwen (handig om te hebben)

 

In de downloads-sectie op deze pagina, vind je een checklist waarmee je kunt controleren of jouw onderzoeksvraag voldoet aan deze criteria (tabel staat hierboven)

Onderzoeksvragen verschillen in hoeveel moeite je moet doen om het antwoord te vinden. Zorg dat je vraag niet te gemakkelijk is, dan kun je meestal toe met een slordig onderzoek waar weinig tijd in gaat zitten, en dat is eigenlijk niet zo leuk. Vragen waar je met ja of nee op kunt antwoorden zijn vaak te gemakkelijk. Antwoorden met meer detail zijn nuttiger om beslissingen mee te nemen.

Het wordt aangeraden om een open vraag te formuleren, dat zijn vragen waarin de woorden “wat is het verband tussen”, “wat is de relatie tussen”, “wat is de samenhang tussen”, “in hoeverre” etc. voorkomen. Vermijd de werkwoorden “kunnen” en “zouden”, vragen daarmee zijn meestal te beantwoorden met ja/nee. Dit soort vragen is te gemakkelijk te beantwoorden en levert te weinig diepgang in je profielwerkstuk op. Vermijd de werkwoorden “moeten” en “willen” omdat daar subjectieve oordelen in zitten.

 

Bedenk vooraf hoe je antwoord op de onderzoeksvraag er ongeveer uit gaat zien, dat helpt bij het opstellen van een goede vraag.

 

Er zijn verschillende soorten onderzoeksvragen:

 

SoortUitlegVoorbeeld vorm
BeschrijvendJe probeert een situatie te beschrijvenOp welke wijze ….

Hoe verliep ….

OorzakelijkJe probeert een verband of (cor)relatie te ontdekkenWat is het verband tussen …. en ….. bij …….

In hoeverre is er een positief verband tussen acclimatisering aan luchtdruk en prestaties van topsporters.

VergelijkendeJe probeert verschillen of overeenkomsten te ontdekkenIn hoeverre is het verband tussen trainingsinspanning en prestaties hetzelfde voor mannen en vrouwen bij schaatsen.
Verklarendeje geeft een uitlegHoe komt het dat …

Op welke wijze heeft … effect op ….

 

In onderzoeksvragen staan diverse begrippen. Het is nodig dat deze begrippen eenduidig zijn (= voor iedereen dezelfde betekenis), zorg anders voor een nadere definiëring in een toelichtende tekst. Vaak zul je merken dat je door het definiëren van de begrippen je onderzoek verder afbakent, ofwel beperkt tot een deel van wat allemaal onderzocht zou kunnen worden.

 

Voorbeeld van geen goede onderzoeksvraag:

“Is roken slecht voor je?”

Deze vraag is te aspecifiek

Dit is een gesloten vraag (een ja/nee-vraag)

 

Voorbeeld van een goede onderzoeksvraag:

“Wat is de invloed van roken op de maximale zuurstofopname (VO2max) in jongeren?”

Deze vraag is specifiek

De vraag is open

Deze vraag is te beantwoorden door middel van een experiment

De begrippen “roken”, “maximale zuurstofopname” en “jongeren” moeten nog nader worden gedefinieerd.

 

Deelvragen

Soms is het handig om een onderverdeling te maken in hoofd- en deelvragen. Dit is bijvoorbeeld nodig als het antwoord op de hoofdvraag afhangt van meerdere factoren/omstandigheden. De antwoorden op de deelvragen samen leveren het antwoord op de hoofdvraag.

Vaak wordt in deelvragen het verband tussen twee grootheden onderzocht, waardoor je in het antwoord op de hoofdvraag de invloed van meerdere factoren kunt beschrijven.

 

Afhankelijk van jouw onderwerp en onderzoeksvraag, kun je ook al nadenken over de deelvragen. Dit dwingt je om vanaf het begin al goed na te denken over de structuur van jouw PWS. Deelvragen helpen je om uiteindelijk tot antwoord op je hoofdvraag te komen.

 

De onderzoeksvraag geeft richting aan je PWS

Besteed voldoende tijd en aandacht aan het formuleren van een onderzoeksvraag. Laat de onderzoeksvraag goedkeuren door je begeleider op school. Wanneer je goedkeuring hebt ontvangen, kun je gaan nadenken over je onderzoeksmethode en de stappen gaan plannen.

Uitwerken aanpak van het PWS

Bij het bepalen van je onderzoeksvraag en je ontwerp idee heb je rekening gehouden met de tijd die het zou kosten om je pws voor elkaar te krijgen. Nu is het de tijd om je aanpak uit te werken en vast te leggen. Meestal moet je dat vastleggen in een plan van aanpak, waarin zowel je planning staat als de afspraken die je met je teamgenoten maakt, als je inschatting van de kosten en benodigde middelen.

Planning:

In de opdrachtomschrijving van je school vind je de mijlpalen en de momenten waarop je in schooltijd aan je pws kunt werken, die pak je erbij. Ook houd je rekening met de schoolvakanties en de momenten waarop jij en of je teamgenoten niet beschikbaar zijn.

Maak een strokenplanning, daarin zet je de activiteiten die je moet doen uit in de tijd. Op internet vind je diverse voorbeelden.

Elke activiteit zal een aantal uren kosten, de doorlooptijd is afhankelijk van de beschikbare tijd en het het soort activiteit.

Voorbeelden van activiteiten die jij mogelijk in jouw planning moet opnemen:

 

ActiviteitOpmerkingen
LiteratuuronderzoekBij onderzoeken waarbij metingen worden uitgevoerd zal gestart worden met het verzamelen van theoretische kennis en vergelijkbaar onderzoek.
ProefexperimentHet is aan te raden om indien enigszins mogelijk een proefexperiment uit te voeren. Dit geeft een beeld van de aandachtspunten bij het definitieve experiment. Het wordt uitgevoerd met eenvoudige en snel beschikbare middelen en is niet gericht op het verkrijgen van bruikbare meetgegevens.

Een verkennend experiment kan met een snel in elkaar geknutselde opstelling uitgevoerd worden zodat de ordegrootte van de te verwachten effecten wordt bepaald en duidelijk wordt welke materialen nodig zijn.

Ook verkennende enquêtes en interviews bij een kleine groep proefpersonen zijn nuttig in de voorbereiding van een meting met grote aantallen deelnemers.

Uitdenken methode en materialenHet uitdenken van de meetmethode kost tijd. Daarbij wordt ook de opstelling / setting van de metingen uitgewerkt en worden de materialen inclusief meetsystemen vastgelegd.
De methode bestaat uit eenmalige handelingen en repeterende handelingen per meting. Eenmalige handelingen zijn bijvoorbeeld het klaarzetten van de spullen, ijken / inregelen van de meetsystemen, instrueren van helpers en openzetten van enquêtes.
Verzamelen benodigde materialen en faciliteitenHet kost meestal enige tijd om alle benodigde materialen en meetsystemen te verzamelen, hiermee moet tijdig worden gestart. Soms wordt vanwege te lange levertijden gekozen voor alternatieve spullen.
Afspraken maken met locaties en expertsAls je in je pws gebruik maakt van de ruimten van anderen of experts in wilt zetten zul je rekening moeten houden dat het enige tijd kan duren voordat zij een afspraak kunnen maken. Zorg dat je hier op tijd aan begint!
Voorbereiding experimentenDe voorbereiding van de experimenten kan bestaan uit bijvoorbeeld:

  • Bouwen en testen meetopstelling
  • Regelen setting
  • Ontwikkelen en testen van programmatuur / datacollectiesystemen
Uitvoering experimentenBij de uitvoering van de experimenten worden de meetgegevens verzameld. Zorg dat je zorgvuldig observeert en goed vastlegt zodat je voldoende informatie hebt voor je dataverwerking.
DataverwerkingDataverwerking van de meetgegevens tot bruikbare informatie kan veel tijd kosten. Door vooraf in je methode ook hierin keuzes te maken kun je een goede inschatting maken hoeveel tijd je hierin moet steken.
De fasen in de ontwerpcyclus.De uitleg van de fasen in de ontwerpcyclus vind je …..
Schrijven van het verslagHet schrijven van een verslag vindt vaak in meerdere fasen plaats. Vaak moet eerst een concept verslag gemaakt worden, en vervolgens wordt het commentaar van de docent verwerkt in het definitieve verslag.
Maken van presentatieVeel scholen laten de eindpresentaties op een gezamenlijk moment doen. Zorg dat je voldoende voorbereidingstijd uittrekt en een proefpresentatie doet.

 

Afspraken in het pws

Zorg dat je afspraken vastlegt over:

  • Wie doet welk soort werkzaamheden
  • Bereikbaarheid en beschikbaarheid van de teamleden, zoals telefoonnummers en vakantieplanning
  • Onderlinge communicatie en bestanden: waar zet je documenten en afspraken neer, op welke manier communiceren jullie onderling en met de docent. Zorg dat anderen erbij kunnen als iemand even niet beschikbaar is.
  • Kwalteitsbeheersing: hoe zorg je dat je een goed resultaat oplevert, denk aan peer-review en checklisten.
  • Waar berg je spullen op en wie kan er bij

Tips!

Tips!

  • Maak alvast een opzet van jouw complete profielwerkstuk in een document. Hier zet je alvast je onderzoeksvraag in, en een voorspelling van de verschillende hoofdstukken. Zo kun je alvast een globale tijdsplanning maken.
  • Vergeet je logboek niet bij te houden! Houd een apart bestandje bij waarin je elke keer kunt bijhouden hoeveel uur je aan welk onderdeel van je PWS hebt besteed.